Verborgen Noord-Holland

Verborgen Noord-HollandAlex van Stipriaan
00:00 / 06:51

De meeste Nederlanders weten inmiddels wel dat dit land een paar eeuwen lang mensen uit Afrika heeft verhandeld en hen op de Caribische eilanden en in Suriname in slavernij heeft laten werken. Meestal wordt dan alleen aan Amsterdam gedacht en binnen die stad aan de rijke kooplieden en regenten die daarbij waren betrokken. Deze tentoonstelling heet Verborgen Noord-Holland, omdat het laat zien hoe ook buiten Amsterdam, de hele provincie bij die slavernij was betrokken. Iedereen die nu in Noord-Holland woont is dus erfgenaam van die geschiedenis. Alleen is dat voor de meeste mensen nog een tamelijk verborgen verhaal. Daar wil deze tentoonstelling wat aan doen. Want het lijkt ver weg in de tijd en overzee, maar het is eigenlijk  heel dichtbij.

Alleen al dit gebouw, Paviljoen Welgelegen, heeft een directe band met het slavernijverleden, later kwam er het koloniaal museum en nú huist hier het provinciebestuur. Het is dus een heel belangrijke plek.

Hoe Welgelegen, overal in de Nederlandse koloniën, ook een ánder verhaal heeft, zag je al in de eerste ruimte. De meeste mensen kennen vaak maar een half verhaal: dat van de Gouden Eeuw, die voor heel veel mensen nooit een gouden eeuw is geweest. Of het verhaal van Suriname, maar niet dat van Curaçao en omgekeerd. Of van Amsterdam, maar niet van de rest van Noord-Holland. Enzovoorts. Hier, in de middenzaal, gaat het juist over de verbindingen tussen al die plaatsen en verhalen, de connecties. Want dóór de slavernij werden Noord-Holland, westelijk Afrika en Noord- en Zuid-Amerika met elkaar verbonden. 

Duizenden Noord-Hollanders gingen naar die continenten toe, als zeelui, soldaten, kolonisten, bestuurders, ambachtslieden, opzichters en wat al niet. 600.000 Afrikanen, uit heel verschillende gebieden, werden door Nederlanders gedwongen naar de Amerika’s te gaan. Bijna een derde daarvan met schepen uit Noord-Holland. Bovendien keerden veel Noord-Hollanders na verloop van tijd ook weer terug naar huis en dan namen ze soms ook hun zwarte bediendes mee. Tegelijk zijn er ook Afrikanen gevlucht uit slavernij, naar plekken waar ze vrij en veilig een nieuw leven konden opbouwen. En er is van de eerste tot de laatste dag sprake geweest van verzet en strijd.

In al die bewegingen en verbindingen zijn hele nieuwe culturen ontstaan. Want iedereen nam natuurlijk een eigen taal en religie en muziek, kortom, een eigen cultúúr mee. En uit de botsing daarvan ontstond heel veel nieuws. En botsingen waren het, want Europese kolonisten hielden met veel geweld een meerderheid aan Afrikanen in slavernij. En hun belangrijkste hulpmiddel daarmee was een beleid van verdeel & heers. Dat betekent dat Witte mensen bijna alles mochten en Zwarte mensen niets. Die hadden dezelfde rechten als een paard of een ezel: niets. Bovendien werden sommige Zwarte mensen beloond als ze hielpen anderen te verraden, of als ze gingen helpen vluchtelingen te vangen. Soms kregen ze daarvoor zelfs de vrijheid. Zo werden ze onderling verdeeld en konden Europeanen de macht houden.

De laatste halve eeuw zijn er honderdduizenden nazaten van de slaafgemaakte Afrikanen in Nederland komen wonen, ook in Noord-Holland. Daarmee is de geschiedenis van de slavernij al helemáál deel van de provincie geworden.

Het grootste deel van al die verbindingen in de loop van de tijd, ging per boot. Daarom is hier midden in de zaal een boot neergezet. Alleen is niet gekozen voor een model van zo’n Nederlands schip uit die tijd, want dat kent iedereen wel. Hier staat een levensechte korjaal. De basis is een uitgeholde boomstam, die verder is bewerkt. Iedereen in Afrika kende zulke boten, van hele kleine tot hele grote. En ook de Inheemsen in de Amerika’s kenden zulke kano’s. Dus toen de slaafgemaakte Afrikanen tewerk werden gesteld op plantages en andere plaatsen die allemaal aan rivieren of in de buurt van de zee lagen, werd de korjaal of kano, voor hen het belangrijkste vervoermiddel. Ze maakten ze zelf en ze gebruikten ze soms ook om ermee te vluchten uit de slavernij. 

Het slávenschip betekent onderdrukking, de korjáál staat voor de strijd om vrijheid en de kracht van de eigen cultuur. Die kracht zie je in de prachtige objecten die toentertijd zijn gemaakt. En je hoort het ook terug in de vier persoonlijke verhalen uit Suriname en Curaçao uit die tijd, van Virginie, Fabi Labi Dikan, Tabo en Tula. Je kunt ze bij hun portretten beluisteren.

 

Dat is wat je in deze zaal ziet, maar ook in de ruimtes hierna zie je die kracht terug. Want toen door de strijd tegen de slavernij -in de koloniën én in Nederland-  dat systeem na tweeënhalve eeuw werd afgeschaft, verdween daarmee nog niet de ongelijkheid tussen Witte en Zwarte mensen. Tot de dag van vandaag wordt er gestreden voor gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid. Dat zijn de erfenissen en doorwerkingen van de slavernij. Er is nog steeds veel ongelijkheid, maar er is ook de erfenis van kracht om daartegen te strijden. Kijk maar naar Black Lives Matter, ook in Noord-Holland.